….begon Hij te huilen

Jezus huilde palmpasen Jezus in ons Ton de Ruijter

De zondag voor Pasen noemen we Palmpasen. Dat is de dag waarop Jezus de stad Jeruzalem binnenreed op een ezelsveulen om de stad weer te verlaten als lastdier. Jezus huilde terwijl Hij Jeruzalem binnenreed.

In de gedachten van de volgelingen van Jezus was het de dag van de overwinning van koning Jezus. Hij was immers op weg naar Jeruzalem, ze zagen hem rijden op een niet bereden veulen. Dit paste in het bestaande protocollenboek voor nieuwe koningen. Maar Jezus keek naar de stad en huilde.

Jezus huilde

Jezus huilde, terwijl de volgelingen in hemelse sferen waren. 

Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad. Hij zei: “had ook jij deze dag maar geweten wat vrede kan brengen!”. Lucas 20:41

Ik hoorde een dominee zeggen dat er in deze tekst niet ‘huilen’ staat , maar dat hij het uitschreeuwde van verdriet en wanhoop. Zo hard dat iedereen die euforisch ‘Hosanna’ riep het gehoord moest hebben.

Jezus huilde en dit zegt Hij er over: “Had ook jij maar geweten wat vrede kan brengen’. Het valt mij op dat er in de verschillende vertalingen staat ‘wat’ en niet ‘wie. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik was gewend om hier heel snel in te vullen: ja, het offer van Jezus bracht ons de vrede. Want als Jezus er niet was geweest, dan waren we niet verzoend met God geworden. Jezus was de enige die dat kon doen. Jezus was het plaatsvervangend offer.

Het ‘wat’ in de zin ‘had je maar geweten wat vrede kan brengen’ is in mijn beleving steeds het offer van Jezus geweest. En als er ‘wie’ zou staan, dan zou het Jezus zijn.

Toenadering en gehoorzaamheid

Ds.Ton de Ruiter stelt dat het niet volgens de Bijbel is om te spreken van een ‘plaatsvervangend offer’. Hij stelt dat het allerbelangrijkste op aarde is dat we God naderen. Opdat Hij ons zal naderen. Als je de Bijbeltekst in dat licht bekijkt, dan wordt ineens duidelijk waardoor het ‘wat’ ook ingevuld kan worden. Misschien is dat wel de toenadering en de gehoorzaamheid aan God.

Als dat zo is, dan snap ik ook ineens de gelijkenis van de talenten in Lucas 19. Ik heb deze gelijkenis altijd gelezen alsof het een soort test was van deze heer in het verhaal. Zo van: eens kijken wat ze doen met mijn centen als ik weg ben. Maar ook heeft de gelijkenis altijd iets gehad van: we moeten werken zolang Jezus ‘weg’ is met onze talenten en deze zeker niet verkwisten.
Maar vandaag lees ik hem ineens anders.

Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben”. Lucas 19.

De heer vertrouwt zijn dienaren zijn missie toe. Handel in mijn geest, je weet wat bij mij en mijn bedrijven past. Ik vertrouw je en ik reken op je.

Als je tot God wilt naderen dan moet je weten wie God is en wat Hij wil. Dan moet je je verdiepen in zijn gedachten, zijn visie. En is dat niet wat de heer in de gelijkenis eigenlijk zegt? Terwijl je dichterbij God komt leer je Hem kennen. En dan ontstaat er vertrouwen en weet je van elkaar waar je op kunt rekenen. Dat is het stukje toenadering.

Vertrouwen geeft vertrouwen

Nu het stuk gehoorzaamheid. De man die de honderd drachme in een doek had bewaard (of begraven) kende zijn heer goed genoeg om te weten dat hij beter niet op zichzelf kon vertrouwen. Misschien dacht hij wel: ik ben het vertrouwen niet waard, ik kan het geld beter verstoppen zodat de baas tenminste niet boos op mij kan worden als hij terug komt. Als ik alles teruggeef heeft hij toch niets te klagen? Ik sta niet voor mijzelf in met die drachmen.
Of misschien dacht hij: ik zal daar keihard gaan werken en de heer gaat er straks met de centen vandoor. Dus niet.
Het verhaal vertelt dat alle knechten precies krijgen waar ze hun vertrouwen op gezet hadden: de eerste twee krijgen een beloning en nog meer vertrouwen. De laatste kreeg geen vertrouwen meer en hij was weer terug bij af.

 “Wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen”.

Op de een of andere manier dacht ik dat het ‘meer krijgen’ ging over hebbedingen. Over dingen die passen bij een goed leven. Maar als de drachmen in dit verhaal voor vertrouwen en geloof dan staat er iets anders: wie vertrouwen heeft krijgt nog meer vertrouwen, maar wie geen vertrouwen heeft, hem zal alles worden ontnomen.

Nader tot God en Hij zal tot u naderen?

Jezus vertelt de gelijkenis van de talenten als Hij onderweg is naar Jeruzalem. Als hij de stad ziet liggen zegt hij de woorden: “had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen!” Hier staat behalve het woordje ‘wat’ nog iets bijzonders. Namelijk het woordje ‘ook’.

Wie ook? Wat ook?

Had jij net als de mensen die hun mantels en palmtakken op de weg legden maar geweten wat vrede kan brengen?
Had jij net als de dienaren maar geweten dat vertrouwen vraagt om vertrouwen en dat je in de geest van de heer moet leven en werken?
Of zou het moeten zijn: had jij net als ik geweten dat gehoorzaamheid, toenadering en verzoening de weg naar de Vader vrij maakt?

Zomaar vandaag denk ik dat laatste: nader tot God en Hij zal tot u naderen. Jezus had in Lucas 14 de stad ook al toegesproken. Er staat niet dat Jezus toen huilde. Ik denk dat hij toen meer verwijtend klonk: Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild”

Gehoorzaamheid en toenadering

Toenadering en gehoorzaamheid bracht Jezus aan het kruis. Het offer van Jezus was niet nodig geweest als de mensen dicht bij God waren gebleven. Na Adam en Eva waren er genoeg kansen geweest om opnieuw te beginnen. God stond daar steeds voor klaar.

Dit lijkt een open deur, maar ik heb heel lang gedacht dat het gewoon Gods wil was dat Jezus aan het kruis ging. Wat er ook gebeurde, omdat het in het begin al zo was bedacht. Maar dat kan niet zo zijn, want dan zou God steeds tegen beter weten in profeten hebben gestuurd en steeds weer opnieuw zijn begonnen met zijn volk. Dan zou God een tiran en sadistische god zijn die het fijn vind om zijn zoon te doden. Zo kennen we God toch niet in de rest van de Bijbel? Ik niet.

Als de mensheid had gewild dat God en Jezus belangrijk waren in het leven was het kruis niet nodig geweest. Dan had Jezus zijn Geest aan iedereen gegeven zoals Hij hem ook aan zijn discipelen had gegeven. (Lees ook het blog ‘kerst was niet het ultieme reddingsplan).

Jezus huilde “O,Jeruzalem, had ook jij dat maar geweten!” Dan was dit allemaal niet nodig geweest. Dan had de beker voorbij kunnen gaan.

Bekijk hier het boek van Ton de Ruiter bij bol.com (aff)

Update 21 maart 2020: We leven nu in een periode waarin Corona de dienst uitmaakt. Sommigen noemen dit een straf van God. Ik geloof dat niet, deels vanwege dat wat ik hier beschrijf. Ooit zullen we het echt weten. Lees mijn blog over de straf van God.

Vertel het een ander!
About the author
Vader, echtgenoot, christen, blogger, leerlingbegeleider, freelance tekstschrijver en jongerencoach. Blogs over passend onderwijs en hoogbegaafdheid kun je vinden op www.chielvoerman.nl

1 comments on “….begon Hij te huilen

  1. Pingback: Crucifix of niet? | Maximalispiraties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *