een leven van aanbidding

Een leven van aanbidding

Boeken

In 2003 kwam het boek ‘Een leven van aanbidding’ van Marco Witt uit in Nederland. Dat jaar sprak hij ook op de pinksterconferentie van Opwekking. Ik kocht het boek toen. En raakte het kwijt. Dit jaar nam mijn vrouw hem ‘zomaar’ mee uit de kringloopwinkel. En ik had het precies nodig. Ik had toen net het blog ‘Muziek in de gemeente is een bediening’ geschreven.

In zijn aanwezigheid komen

Als we waren aanbidders willen worden moeten we dankbaar zijn. Dankbaarheid is één van de belangrijkste voorwaarden om in Gods aanwezigheid te kunnen komen. De schrijver gebruikt Psalm 100:4 meerdere malen in dit boek. Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met een lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam. Jakobus zegt dat zoet en bitter water onmogelijk uit dezelfde bron kunnen komen. Als dat waar is, kan een echte aanbidder onmogelijk de Heer echt prijzen en tegelijk ondankbaar zijn.
Dankbaarheid is een vorm van offeren. We moeten ons niet alleen dankbaar voelen en ons dankbaar uiten als we ons voelen. Maar we moeten ook dankbaarheid offeren als we ons niet zo voelen. In Psalm 50:14 staat; Breng lof en eer aan God, want dat is pas een echt offer. En in Hebreeën 13:15 staat Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lof offer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden.

Indrukwekkend is het stuk waarin de schrijver aangeeft dat het danken van God ook een kwestie van vertrouwen is. Dankzeggen als levensstijl, ook onder slechte omstandigheden. Omdat je God kan vertrouwen. Volgens de schrijver gebruikt David twee woorden voor dankzegging. De een is dankzeggen, prijzen. En de ander is neerbuigen en prijzen. Maar beide woorden worden heel stellig gebruikt: ik zal de Heer dankzeggen. Het is karakter geworden, een levensstijl.

Verschil tussen aanbidding en lofprijzing

Lofprijzen is feest! Het is de uitbundigheid die je kan voelen als de bruidegom is aangekomen. We juichen en zingen. Na een tijdje verandert die uitbundige lofzang in aanbidding. Er ontstaat rust, er ontstaat diepte, er ontstaat verbondenheid waar eigenlijk geen woorden voor nodig zijn.

Juicht de aarde, komt voor zijn aangezicht met gejubel. Hier worden in Psalm 100 de woorden voor gejuich, geluid maken, uitroepen en trompetgeschal gebruikt. En het woord dat gebruikt wordt voor gejubel zou je kunnen vertalen met vreugdekreet, blijde stem, liederen zingen, overwinnen en uitroepen. Lofprijzen is oorlogsvoering tegen de machten van de duisternis.

Christelijke subcultuur

Citaat blz. 61: Veel mensen weten meer over onze christelijke subcultuur dan over een persoonlijke en intieme relatie met Jezus. We leren hen bijvoorbeeld een heel nieuwe manier van spreken, zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Ik zeg ‘God zegene je’ en jij zegt ‘amen’. Marco Witt geeft aan dat we er goed in zijn om de mensen te leren zich te gedragen als christenen. Maar als we hen niet leren hoe ze God ook in de kleine donkere plekjes van hun hart binnen kunnen laten, dan zullen ze niet veel verder komen dan hun eerste getuigenissen.
Hizkia begon de tempel te herstellen. Hij begon aan de buitenkant en ging langzaamaan naar binnen toe. Eerst door de voordeur naar binnen, waar iedereen zo kan meekijken. Dan steeds dieper. Een mooie metafoor.
Nog een citaat, blz. 63 Is het vaak niet zo dat iemand die geen relatie met God onderhoudt, het gevoel heeft dat hij als het ware ‘vastzit’? Is het je wel eens opgevallen, dat, zodra we niet meer de wierrook van lofprijzing en aanbidding, gebed en vasten voor God branden, er blokkades in ons geestelijk leven komen? Op de een of andere manier begreep Hizkia dat de omstandigheden waarin het volk zich bevond direct te maken hadden met het feit dat ze God verlaten hadden.
Er was vernedering en berouw nodig. Vergeving. En dan ontstaat weer de aanbidding, vanuit een relatie met elkaar.

Je kan alleen aanbidden als je God zelf kent

In hoofdstuk 4 geeft Marcus echt een paar mooie dingen door. God zoekt ware aanbidders, staat in de Bijbel. Dat zijn mensen die Hem kennen en daarom ook weten dat God die aanbidding waard is. Dat zijn niet de mensen die mee moeten naar de kerk. Dat zijn de mensen die God echt goed kennen. Die weten waar ze het over hebben. Zonder kennis van God kan je Hem niet aanbidden. Je weet dan immers niet hoe liefdevol, groot en genadig hij is. Ware aanbidders, echte aanbidders. Zonder masker.

Citaat blz. 80: Een van de meest populaire en effectieve maskers waarmee satan velen heeft misleid is het masker van de religie. (…) Iemand met het masker van een religieuze geest zal zich keurig en precies aan de regels houden. Zijn leven is een aaneensluiting van ‘dat mag wel’ en ‘dat mag niet’. Maar God wil meer dan mensen die netjes meedoen. Hij wil ons hart.

Dit is ook mooi: God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid (Joh 4:24). In onze diepste binnenste wordt het verlangen naar aanbidding aangewakkerd. We geven ons lichaam in onze tijd natuurlijk veel meer aandacht dan onze ziel (gevoelens). Onze geest moet verantwoording afleggen op de jongste dag. Daarom kan David ook God danken onder alle omstandigheden. Aanbidding heeft weinig met gevoel te maken, maar met het communiceren van ‘geest tot Geest’.

De noodzaak om te aanbidden

Even een sprong naar hoofdstuk 7, niet dat de tussenliggende hoofstukken niet de moeite waard zijn om te lezen. Maar hier wil ik gewoon weer even wat over schrijven. In dit hoofdstuk legt Witt aan de hand van Romeinen 1:21 uit hoe het kan komen dat je God niet meer de eer brengt in je leven. Als je God niet meer vereert dan kom je terecht in een neerwaartse spiraal. Dan zet je jezelf snel op de plek waar God hoort te zijn. Als je God niet meer vereert als je God dan heb je ook geen reden meer om hem te danken. Sterker nog, je wordt snel ondankbaar. En als God geen plek meer heeft dan vertrouw je op je eigen gedachten en oplossingen. Vervolgens wordt het donker in het hart van deze mensen. Ze weten in principe van de verlossing en genade, maar ze zijn er niet meer van onder de indruk en leven er niet naar. Citaat blz 137.: Als we een intieme relatie met de Heer hebben, kunnen we ook onderscheiden wanneer mensen vanuit hun ‘nutteloze’ overwegingen onderwijzen.
De laatste stap van deze neergaande spiraal is de ‘majesteit van de onvergankelijke God vervangen door het beeld van een vergankelijk mens’. Wie laat jij de majesteit zijn in je leven? Marcos noemt in dit verband mensen die hun kerkgenootschap belangrijker vinden dan de Heer van de kerk.

Sion

Hoofdstuk 8 gaat over Sion. Aan de hand van een aantal kenmerken die in de Bijbel te vinden zijn, vertelt Marcos wat Sion is. Sion is uiteindelijk geen fysieke plaats zoals de berg Sion. Het is ook niet per se de stad Jeruzalem zoals veel mensen zeggen. Sion is de plek waar God woont. “Nochtans zijt gij de heilige, die troont op de lofzangen van Israël”. Volgens Psalm 22 woont onze God op onze lofzangen. Dus overal waar wij zijn en God danken en prijzen is Sion. In de douche, in de auto, tijdens mooie klussen en vervelende karweitjes. Een leven vol aanbidding dus. Sionieten houden van feestvieren terwijl anderen er schamper over doen. Had je mijn blog over David en Michal gelezen

Iets staat aanbidding in de weg

Nadat Witt in hoofdstuk 9 nog hele mooie dingen schrijft over allerlei vormen van aanbidding en muziek in het boek Openbaringen beschrijft is het tijd voor hoofdstuk 10. Dat gaat over veel voorkomende problemen bij lofprijzing en aanbidding. Over emoties en tegenzin bijvoorbeeld. Maar een kopje trok direct mijn aandacht: ‘Iets staat mijn aanbidding in de weg’. Marcos Witt benoemt een aantal oorzaken vanuit de Bijbel die deze gedachte kunnen veroorzaken.
Zo zijn er verschillende soorten gevangenissen waar we in vast kunnen zitten. Zie bijvoorbeeld Psalm 142:8. Vanuit zo’n kerker is het lastig om God te prijzen. Vast in religieuze gewoonten bijvoorbeeld, of in minderwaardigheidsgevoelens en gedachten over onszelf. Of de angst dat we God niet goed aanbidden of zelfs de angst of God wel van ons houdt.

Een gebrek aan onderwijs (psalm 119:171) kan ook een reden zijn. Als je gewoonweg niet genoeg kennis hebt over aanbidding en lofprijs, dan zal het lastig zijn om een leven van aanbidding te leiden.
De dood (psalm 115:17) is een belangrijk ‘iets’ zijn die de aanbidding tegenhoudt. Sommige gelovigen kunnen Hem niet prijzen omdat ze niet voor Hem leven. Godsdienstige mensen kunnen vraagtekens zetten bij de uitbundigheid van anderen.
Trots zorgt ervoor dat we gezien willen worden, belangrijk willen zijn. De kern van aanbidding (neerbuigen voor Hem) is nederigheid. Hoe kunnen we een ware aanbidder zijn als we niet in volkomen nederigheid voor Hem verschijnen? Trots kan de zegen zo tegenhouden. Wat doe je het liefst, jezelf behagen? Een ander behagen of God behagen?
Het laatste oorzaak dat een leven vol aanbidding kan tegenhouden is de automatische piloot. “Iedere keer als we zingen tot zijn eer, zou het moeten zijn alsof het de eerste keer was. Denk na over wat je zingt of zegt tegen de Heer en maak het een realiteit en een dagelijks onderdeel van je leven” (blz. 196). En hierop geeft hij een aantal signalen waarmee je de automatische piloot zou kunnen herkennen. Leuk om te lezen als je het boek gekocht hebt.

Een leven van aanbidding, zeker een aanrader

Ik vind het boek ‘Leven van aanbidding’ een aanrader. Zeker voor mensen in de ‘gereformeerde traditie’ kan het verfrissend zijn om deze informatie over aanbidding te lezen. Als je alles wilt houden zoals het is, moet je het boek links laten liggen. Het boek is lekker geschreven, mooie voorbeelden en metaforen. Er staat ook niets te veel in het boek. En wat misschien voor niemand waardevol is, zeg ik hier toch: ik voel dat dit boek voor het allergrootste deel klopt.

Het boek is uitgegeven door Opwekkingslectuur, Putten. In 2003 vertaald naar het Nederlands door Joke Tan, terwijl het boek al in 1993 voor het eerst geschreven is. Het boek is te vinden in de bibliotheek en uiteraard bij bol.com (aff.) En ook nog in de webshop van Opwekking zelf.

Vertel het een ander!
Chiel

Vader, echtgenoot, christen, blogger, tekstschrijver, freelance leerlingbegeleider, enzovoort.