Jongeren missen niets als ze niet naar de kerk gaan

Toen ik zaterdag 27 mei 2017 in het ND het artikel van Maarten Vergeer las begon er bij mij een nieuw blog over jongeren in de kerk te groeien. En na een preek over de Heilige Geest in het leven van christenen kwamen de gedachten in een stroomversnelling. Jongeren missen niets als ze niet naar de kerk gaan, stelt Maarten. Maar ik stel een tegenvraag: missen volwassenen iets als ze niet naar de kerk gaan? Als je je zorgen maakt over de jongeren in de kerk, is het misschien goed om naar de volwassenen kijken voor de oplossing.

Waar is goed nieuws voor opgejaagde mensen

In het artikeltje in het ND vertelt Maarten hoe hij een link probeert te leggen tussen niet christelijke studenten en de kerken in Amsterdam. Een aantal zaken viel hem op. Even in mijn eigen woorden:

  1. Zo veel woorden: binnen kerken en tijdens bijbelstudies wordt zo veel gesproken. Hoe moeten jongeren die al zo in hun hoofd zitten uit hun hoofd komen. En gaan voelen met hun hart? Jongeren zouden gebaat zijn bij communicatie met hoofd, hart en lichaam.
  2. Weinig stilte: Studenten worstelen met ruis van sociale media etc. “Wanneer gaan we leren de twintiger te prijzen wanneer hij nee zegt tegen de kerkenraad, omdat hij rust nodig heeft”?
  3. Arbeidsethos: hoe kunnen we jongeren helpen hun dadendrang op te geven en te leven vanuit onberekenende goedheid. Waarom moet alles nuttig zijn wat we doen?
  4. Geestelijke prestatiedruk: er zijn officieel geen rangen en stangen in de kerk. Maar wie mooi bidt mag de Bijbelstudie leiden en degene die nooit een kerkdienst overslaat wordt automatisch ouderling. Maar wie durft echt kwetsbaar te zijn over zijn fouten en falen? Wanneer vieren we als kerk ons falen in plaats van dat we ons bekommeren om onze sociale status?

Als antwoord op deze zaken komt hij eigenlijk weer met hetzelfde antwoord als altijd: ouderen moeten kwetsbaar delen uit hun leven met ruimte voor emoties, twijfel en vreugde. “Zij kunnen hen helpen door simpelweg te vragen wat zij allebei ervaren van God ( aan liefde, leiding, rust) in het leven. Of door voor hen te bidden”.
En het zou cruciaal zijn dat we ruimte én begeleiding bieden. “Ruimte om te ontdekken wat zich in hun leven bewijst als goed nieuws. De uitkomst kan niet bij voorbaat vast staan”.

Mijn gedachten over de 4 punten van Maarten

Over de antwoorden die door Maarten genoemd worden ben ik wat cynisch. Iedere jongerenwerker of jeugdpastor kan deze antwoorden steeds weer opnieuw als nieuw ontdekken. Het zijn de antwoorden die in 2000 ook al genoemd werden. En dat betekent helaas dat er niet zoveel veranderd is. Laat ik eens mijn gedachten over bovenstaande punten noemen:

  1. Zo veel woorden: Woorden vind ik prima, ook als het er veel zijn. Als je maar de woorden gebruikt die het hart openbreken. Sprekers (dominee’s, jeugdwerkers, etc) zouden hun woorden moeten richten op het hart van de luisteraars. Luisteraars die op zoek zijn naar geborgenheid, liefde, troost . Maar die ook geprikkeld moeten worden om hun harnas opzij te leggen. Zeker jongeren moet je soms even stevig pakken en prikken zodat ze geraakt worden in hun hart en het verstand. Soms is er wat lef voor nodig om het studentikoze taaltje van het toneel te doen verdwijnen.
    Actieve taal in plaats van preekstoel taal: ‘verhef uw harten tot God’ kunnen we beter niet meer gebruiken. Misschien kan dit ervoor in de plaats komen: ‘haal diep adem, schud alles van je af, kijk naar boven en zeg: hier ben ik, spreek uw knecht luistert’.
  2. Weinig stilte: Goed idee om meer rust in te brengen in kerkdiensten en het kerkelijk leven. Laten we beginnen met één kerkdienst op een zondag zodat we in alle rust bij ons gezin kunnen zijn en kunnen genieten van de natuur en de rust. Zonder dat we weer naar de kerk ‘moeten’.
    Het is heel goed om die twintiger aan te moedigen om de rust te nemen die hij nodig heeft. Maar ook: haal het niet in je hoofd om een twintiger te vragen voor de kerkenraad of andere verantwoordelijke taken. Want zo’n twintiger heeft geen levenservaring, is zelf nog niet uitgeleerd en tot rust gekomen en voldoet aan geen kant aan het plaatje dat Paulus stelt. (“Er moeten toch ouderlingen zijn”? Nee, de ouderlingen werden pas in functie geroepen toen de kerk zo groot was dat de apostelen niet meer aan het verkondigen toe kwamen. Dus wie weet zijn bij een kleine gemeente wel helemaal geen ouderlingen nodig.)
  3. Arbeidsethos: Ik zie mensen die hun benen uit hun lijf lopen voor de kerk omdat ‘iemand het toch moet doen’. Dat is een pertinente leugen. Een systeem houdt zichzelf altijd in stand. En anders heeft het geen recht van bestaan. Laten we alleen dingen gaan doen die echt bij ons passen. Dan leveren taken energie op in plaats van ergernis en uitgebrandheid. Lees ook mijn eerdere blog over moeten en ontmoeten. Waarom moet dat wat we doen altijd nuttig zijn, vraagt Maarten. Ik zou willen zeggen: je kan ook eens wat nuttigs doen misschien zonder iets terug te verwachten.
  4. Geestelijke prestatiedruk: Even lomp gezegd: ook in de kerk staan de mensen met de grote bek vaak vooraan. Maar of dat ook de mensen zijn met wijsheid en tact dat is maar de vraag. Ik herken het punt wel in bepaalde opzichten en bepaalde kerken waar ik geweest ben. Momenteel gelukkig niet.

Jongeren voelen zich niet aangesproken

Een poos geleden had ik een indringend gesprek met een jongen. Hij voelt zich maar zelden aangesproken in de kerk waarin wij beiden zitten. Dat is een kleine kerk met eigenlijk alle ingrediënten waardoor jongeren zich thuis zouden moeten kunnen voelen: klein, gezellig, talenten worden ingezet, etc. Maar toch voelen jongeren zich niet altijd meer thuis.
Dat heeft een klein beetje te maken met het nadeel van zo’n kleine gemeente: Er zijn te weinig jongeren voor gezamelijke activiteiten. En hierdoor worden verschillende activiteiten samen met jongeren uit andere kerken gedaan. Het gevolg hiervan is dat deze jongeren naar elkaar toetrekken op de zondag. Aan de ene kant is dat een fijne situatie natuurlijk. Maar de andere kant is dat het hierdoor minder fijn wordt voor de jongeren die onze eigen gemeente willen (of moeten) blijven komen.

Jongeren missen niets als ze niet naar de kerk gaan

“Veel christelijke twintigers geven aan niets te missen als ze niet naar de kerk gaan. Ze hebben niet het gevoel dat de dienst of de boodschap urgent en belangrijk is, dat ze erbij moeten zijn. Het gaat niet over hun leven, zeggen ze”.
Pijnlijk eerlijk zijn die twintigers. Pijnlijk ook om te lezen. Zeker als je je een slag in de rondte werkt om de kerk ´draaiende´ te houden.

Maar goed, dit is toch wel hoe het is. Zo zijn de twintigers er over gaan denken ondertussen. De jongen die ik hierboven noemde zei tegen mij: ze praten over mij, ze weten precies wat goed voor ons jongeren is. “Ja dat is een fase jongen”. Op die manier worden jongeren niet serieus genomen.
Waarom zouden ze dan jou serieus nemen?

Overigens is dit precies het thema waarover ik mijn in 2015 mijn eerste blog overjongeren in de kerk’ mee begon. Je kan hem hier lezen.  Laten we hen alsjeblieft niet als moeilijke doelgroep zien. Maar als kerkmensen en volwaardige broeders en zusters. Met talenten, mogelijkheden en onmogelijkheden. En met precies dezelfde mensenwensen als volwassenen, intenser zelfs.

De Geest is het antwoord

Als we met de antwoorden ‘ruimte, liefde en kwetsbare ouderen etc’ de cirkel niet doorbreken moeten er andere antwoorden gezocht worden. Afgelopen zondag hoorde ik een preek waarin de dominee heel voorzichtig wat lijntjes naar voren bracht die aansloten bij hoe ik er al over nadacht. Wat bij mij uit sprong was deze zin: Zonder de Heilige Geest is er geen Leven. “Alles begint bij God, alles bestaat door God” gaat het liedje. En dat is wat we vaak niet hardop durven zeggen denk ik: een kerk waar de Geest niet is, is een dode kerk.

Maar de Geest is er altijd, in theorie wel. Maar als mensen niet open staan voor het werk van de Geest dan gebeurt er niet veel.  Willen we echt dat Jezus de Koning van ons hart is? Willen we echt dat die vrucht van de Geest uit mijn vorige blog gaat groeien in ons leven? Durven we in stilte te luisteren naar wat de Geest ons influistert in plaats van God te vertellen wat hij moet doen tijdens het gebed: Zegen de handen van de dokter, geef broeder Jan weer werk.

Welke liederen zingen we in de kerk? Ja ik weet het, nog zo’n stokpaardje van mij. Het is zo zonde van de tijd om verhalende liederen te zingen in kerkdiensten. Over het volk Israël dat door de Jordaan werd geleid. Laten we God prijzen en Hem groot maken. Laten we hem aanbidden en onszelf klein maken. Dat is volgens mij wat de bedoeling is in een dienst. Laten we die kostbare momenten in de kerkdienst gebruiken om jongeren te wijzen op God en niet op een verre geschiedenis. Te wijzen op wat God nu wil in ons leven. Dat is toch je vraag als je jong bent: wie ben ik, wat wil ik en wat wil een ander van mij en wat kan ik gaan doen. Als we willen dat jongeren met God gaan leven dan zullen we ze ook moeten aanreiken wat God met hen zou willen. (lees het blog over Michal en David)

Jongeren hebben steun, sturing, inspiratie en motivatie nodig

Ik kwam Jelle Jolles weer eens tegen. Of tenminste een stukje van zijn werk. Hij is van mening dat jongeren tot ver na hun 20e verjaardag steun, sturing, inspiratie en motivatie nodig hebben van ouders of begeleiders.

steun: Jongeren hebben onze emotionele steun nodig. Ook al zijn we het niet altijd eens met de jongeren, ze verdienen veiligheid en geborgenheid. Als ik dit goed bekijk dan vraagt dit veel van begeleiders. Emotionele steun dat betekent dat je naast iemand gaat staan en echt luistert zonder je eigen verhaal als uitgangspunt te nemen.

sturing: Bij sturing geven gaat het om leiding geven, om het wijzen van de route. Dus niet de jongeren vertellen hoe het moet maar om het wijzen van de mogelijkheden en de eventuele consequenties van alle routes. Een jongere moet beargumenteerd kunnen afwijken van de gewezen weg.  Daarvan leert een jongere namelijk om zelf beslissingen te maken en te leren van zijn fouten en van zijn overwinningen.

En omdat geloven zo vreselijk persoonlijk is moeten we denk ik oppassen met het dwingend voorleggen van mogelijkheden. Als een jongere niet lekker in de kerk zit dan zouden we hem moeten steunen en hem helpen de wegen te gaan die misschien tot antwoorden leiden. En als we dat op een warme manier doen dan is dat in ieder geval de herinnering die de jongere heeft aan de huidige kerk. Maar ook: door deze warme sturing zou hij zich wel eens erg thuis kunnen gaan voelen juist. Door die zoektocht zou hij ook maar zo op het spoor komen wat wij in hem gaan missen als hij er niet meer is.

inspiratie: Van jongeren kunnen we niet verwachten dat die uit zichzelf oplossingen bedenken voor problemen die hij of zij nog niet helemaal kent. Nieuwe ideeën, nieuwe mogelijkheden, nieuwe aanpak: dat moeten opvoeders doen.

Ha hier nekt het denk ik in de kerk. Want de klacht is juist dat in de kerk alles zo lang bij het oude blijft. Ik moet weer denken aan die oude schoolmeester die zei: we moeten groeien met de mensen die groeien. Want dan blijf je zelf ook in beweging. Hier laten we als ouderen snel verstek gaan denk ik. Het zingen is zo saai. Ja, we hebben nu eenmaal een piano en een orgel in de kerk staan. Fout! Als het niet meer past bij de mensen die groeien dan zullen we ons moeten aanpassen. Meegroeien. De kerk zou een vooruitkijkend organisme moeten zijn. Op naar de wederkomst van de Heer. Passen woorden niet meer? Niet meer zingen. Vragen jongeren om duidelijke beeldende prikkelende preken? Doen!

Motivatie geven: Verzin iets en moedig de jongeren aan hun eigen oplossingen te bedenken. Beloof hen je steun en vergeet niet te sturen: ik doe mijn best voor jullie bij de kerkenraad als jullie echt met elkaar een goed plan maken.  Het gaat erom, zegt Jolles, de jongeren door een dood punt te helpen en om het bespreken van redenen en het bedenken van wat te doen. Geef de jongeren vertrouwen, maak de weg voor ze vrij, zorg dat ze in beweging blijven. Want jongeren kunnen bang zijn voor het ‘ongewisse’. Wat zou er kunnen gebeuren als het allemaal lukt wat we nu aan het bedenken zijn? Niets jongens, ik sta achter jullie en als ze wat op te merken hebben dan moeten ze eerst langs mij.

Grow young, daarover schreef  ik al in een ander blog. Ga er vanuit dat jongeren er ‘nu eenmaal’ zijn en stippel een plan met hen uit. Communiceer je ideaal met de jongeren zodat ze kunnen meewerken. Betrek ze bij de besluitvorming want zij zullen het langst met de uitkomsten moeten leven.

Bovendien zijn jongeren tegenwoordig veel beter in het bedenken van plannen, in het beschrijven van plannen, in het visueel uitwerken van de plannen dan wij ooit geweest zijn en zullen worden.

Missen volwassenen iets als ze niet naar de kerk gaan?

Als we ons zorgen maken over de jongeren is het goed om te kijken naar de ouderen in de kerk. Missen zij iets als ze niet naar de kerk zouden gaan? Stralen ze uit dat ze vreselijk graag naar de kerk gaan? Hebben ze aandacht voor elkaar, zingen ze lekker mee, zitten ze niet onderuitgezakt te luisteren naar een dominee? Hebben ze oog voor de jongeren in de kerk?

Komen er stromen van levend water uit het binnenste van de volwassenen? Zoveel dat de jongeren worden meegevoerd in die stroom? (sturen, steunen).

  • Hoe zitten volwassenen in de kerk?
  • Zitten de jongeren niet te dicht in de buurt bij de hangouderen van de kerk die ook achterin de kerk zitten mokken?
  • Hoe lukt het met de steun, sturing, inspiratie en motivatie?
  • Bedenken volwassenen ook dat hun gevoel voor muziek en het gesproken woord een heel andere is dan die van de jongeren?
  • Krijgen jongeren een volwaardige rol in het vormgeven van kerkdiensten en andere activiteiten?Mogen ze inhoudelijk meedenken bij bijvoorbeeld het ‘programma’ van de crèche op zondagochtend?
  • Hebben we geduld voor de dingen die af en toe fout gaan?
  • Vergeten we de intellectuele uitdaging niet die veel jongeren nodig hebben? Tijdens gemeenteavonden zijn de geijkte antwoorden niet genoeg, er zal echt nagedacht moeten worden.

Het is Pinksteren geweest

Ik schrijf dit blog in het pinksterweekend. Het feest van de Geest die harten veranderen kan en levend maakt. De Geest is beloofd aan ieder die in Jezus wil geloven. Laten we Hem dan ook de plek geven die hij verdiend: achter het stuur.

Lees ook mijn recensie over het boek Muziekteams – praktisch handboek voor muziek in de gemeente

Vertel het een ander!