Kan de kerk iets fout doen?

In het ND van 30 november staat een artikel met de titel ‘Groeikerken staan niet op de goede plek’. En ik vind het een lastig stuk. Het doet geen recht aan de groeikerken en de twijfels die heel veel andere mensen hebben binnen de kerk.
En laatst deed ik mee in een gesprek over de preken in de kerk. Op een bepaalt moment heb ik de vraag gesteld: Stel nu dat al die geijkte antwoorden er naast zitten? Zou het kunnen dat de kerk iets fout doet?
Deze twee gebeurtenissen brachten dit blog in mij naar boven. In mijn beleving is de parallel tussen deze twee het vastzitten in eigen overtuiging en traditie zodat de groei van individuele gelovigen niet bijgebeend kan worden.

Groeikerken staan op de verkeerde plek

In het artikeltje trok deze uitgelichte tekst mijn aandacht: “Mozaïek en vergelijkbare bewegingen doen precies wat Paulus niet wilde”. De schrijver wijst daarmee naar Romeinen 15. Goede trigger! Paulus zegt namelijk in die tekst dat hij het er een eer in stelde het evangelie te delen op plekken waar het nog niet bekend was. Hij zag het als zijn missie om de niet-joden te bereiken met het evangelie. Hij wilde niet bouwen op het fundament van een ander. En dat is de zin die de schrijver aanhaalt in het artikel.
Groeikerken doen het vooral goed in de plaatsen waar al veel andere kerken zijn. Ofwel, het zijn vooral de christenen die naar deze kerk getrokken worden. Daarom worden ze ook wel stofzuigerkerken genoemd.
En ja, als het doel is om ongelovigen te bereiken, dan staan de kerken misschien op de verkeerde plek.
Voor mij valt deze vergelijking niet goed.
Want ik denk direct: bouwen andere kerken dan niet op het fundament van anderen? Hoeveel mensen komen er in een traditionele kerk tot geloof? En het lijkt mij dat deze persoonlijke missie van Paulus niets zegt over de missie van iemand anders. Ook onder de apostelen en evangelisten waren er verschillende missies en doelgroepen.

We moeten niet ons eigen belang dienen

De schrijver stelt dat Romeinen 15 ons oproept om niet ons eigen belang te dienen. Maar om het goede voor de ander voor ogen te houden. De kerk zou ‘dus’ een plek zijn waar we moeten leren om rekening met elkaar te houden. In een eerder blog schreef ik al dat er in de kerk een soort aangeleerde martelaarschap is ontstaan. Op de een of andere manier vinden we het logisch dat het lastig is om het goed met elkaar te hebben. De joden en heidenen hebben tenslotte ook met elkaar moeten leren leven, waarom zouden wij het dan gemakkelijker moeten hebben?

In het artikel staat dit: ‘Het is gemakkelijk en verleidelijk om een kerk te beginnen waar gelijkgezinden elkaar vinden, en waar ze hun eigen stijl van geloven en vieren kunnen maximaliseren, maar als ik Paulus goed begrijp, is dat niet het soort kerk dat Paulus voor ogen stond.’ Ik heb het niet gecontroleerd bij de gemeentestichters, maar vanuit mijn eigen plekje aan de rand van de kerk denk ik zomaar dat deze zin er helemaal naast zit. Want:

  • nieuwe kerken ontstaan niet vanuit een wens tot een gemakkelijk leven;
  • ik geloof dat het niet gemakkelijk is om een nieuwe kerk te starten, het vraagt heel veel offers;
  • ik denk dat hier een klein verwijt in zit: jullie gaan lekker je eigen ding doen waar je je lekker bij voelt;
  • Paulus heeft het volgens mij niet over alle kerken. Als je wilt uitleven wat Paulus doet, dan kun je nog heel veel andere dingen veranderen binnen de traditionele kerken. Lees maar eens het blog over het boek ‘Zo zijn onze manieren‘.

Bijna manipulatief

Omdat ik zelf veel over muziek in de kerk nadenk (en er blogs over schrijf) is het laatste stuk van het artikel in het ND (daar is de titel anders dan in de papierenkrant) ook wel interessant. “De evangelische lied – en muziekcultuur is een waardevolle aanvulling op traditionele liturgieën, maar het heeft inderdaad iets postmoderns en consumptiefs (…) Deze vluchtigheid die zo kenmerkend is voor het moderne leven wil ik in de kerk niet zomaar overnemen. (…) Laat de kerk vooral een oefenschool in de liefde blijven waar we onszelf leren relativeren. Laat er plek mogen blijven voor verstilling, inkeer en ernst, ook al staat dat haaks op onze postmoderne comsumptiecultuur’.

Dit roept bij mij vragen op.

  1. Waar zit precies het waardevolle van de aanvulling door de evangelische muziek- en liedcultuur? Waarom vind je het waardevol als het tegelijk postmodern en consumptief is? Dit is een judotechniek: even meegaan met de tegenstander/gesprekspartner om hem vervolgens onderuit te halen. Er zijn denk ik twee alternatieven voor deze zin: inderdaad, de traditionele liturgie zou meer eigenschappen van de evangelische cultuur moeten overnemen. Of: de evangelische cultuur vind ik verwerpelijk.
  2. Het moderne leven (ik neem aan dat dat de cultuur van vandaag is) is helemaal niet vluchtig. Er zijn juist allemaal bewegingen richting introspectie, duurzaam en bewust leven. Dit is een zinnetje die we jaren 90 hebben geadopteerd toen we bedachten dat we als christenen het verschil moeten uitmaken binnen onze maatschappij. Deze cultuur heeft grote kansen voor het evangelie.
  3. Laat de kerk een oefenschool in de liefde blijven waar we ons leren relativeren. Is het niet beter dat we onszelf in de kerk leren kennen als waardevolle, geheiligde kinderen van God? Dat is Bijbelser dan dat we onszelf leren relativeren. We mogen volledig tot bloei komen. Misschien ligt in dit zinnetje wel precies het verschil tussen de groeikerken en de traditionele kerken. Het woord liefde wordt in dit verband bijna manipulatief gebruikt. Als je er anders over denkt, of als je onrust voelt, je niet begrepen voelt, dan zou je beter moeten weten: we hebben elkaar niet uitgezocht en het is de bedoeling dat we elkaar liefhebben. Oke, een oefenschool, dus het is logisch dat je het nu nog niet goed kan.
  4. Laat er plek mogen blijven voor verstilling, inkeer en ernst, ook al staat dat haaks op onze postmoderne consumptiecultuur. In de laatste jeugdtrends is duidelijk geworden dat we juist weer op zoek zijn naar de grote verhalen, je kunt het lezen in mijn blog daarover. Dus misschien moeten we het woord postmodern niet meer gebruiken. Door te vragen om een plek voor verstilling, inkeer en ernst maak je een tegenstelling die er niet is. Misschien is de muziekkeuze en de manier van praten niet de jouwe, maar er is in dit soort evangelische groeikerken voldoende ruimte voor verstilling, inkeer en ernst. Juist in dit soort kerkdiensten is er plek voor introspectie en voor verstilling en inkeer. Weet je wat we tijdens praiseavonden elke keer weer hoorden? Dit: zo fijn om stil te worden voor en met God.
  5. Het woord consumptief vind ik ook wel een spannende in deze context. Want juist de bezoekers van deze groeikerken gaan daarnaar toe omdat ze niet langer consumptief in de kerk willen zitten maar volledig geactiveerd willen worden in de samenkomsten.

Kan de kerk iets fout doen

Als je een groeikerk ziet als een stofzuiger die kerkleden naar zich toetrekt, doe je de bezoekers van die kerken geen recht. Het zijn namelijk geen hersenloze schepsels die weerloos getrokken worden.
Het zijn mensen die heel bewust de keuze maken om naar een andere kerk te gaan. Sommigen nemen een definitieve stap. Anderen gaan kerkshoppen. Juist omdat ze nadenken en zichzelf serieus nemen. Omdat ze niet gevoed worden in de kerk waar ze heen gingen. Omdat ze door het lezen van boeken of het bezoeken van conferenties een andere manier van geloven hebben leren kennen. God is licht, immers. Soms zie je het licht en dan wil je er meer van. In die zin zijn het net spijbelaars op school, dat zijn ook de meest zelfstandige denkers van de school.

Kan de kerk iets fout doen? Ik merk dat ik het een beetje zat wordt dat kerken zeggen dat verschillen mogen bestaan. Maar het ene verschil is net wat belangrijker dan het andere. Uiteindelijk komt elke discussie uit op het vaste vertrouwde aangeleerde frame. Ik denk dat we God geen recht doen als we een gesprek over de preek weer eindigen met de zin ‘al was het maar voor één persoon!’ of ‘Soms zit het niet in een preek, maar misschien wel in een lied’. Dat soort onzin hoor ik al mijn leven lang. God is groter dan dat.
Ik wil niet per se fouten aanwijzen van een kerk. Maar ik wil graag ruimte voor het idee dat God ook aan mensen binnen de kerk wel eens een afwijkend idee te binnen kan brengen. Zou het mogelijk kunnen zijn dat dat afwijkende wel eens beter in Gods bedoeling past, dan het vertrouwde idee?

Groeikerken bouwen op het fundament van een ander. Dat moet je niet als verwijt gebruiken. Dat mag je gerust als een aantijging zien. Juist tussen al die bestaande kerken ontstaan nieuwe gemeenten. Natuurlijk is dat erg! Dat mensen plekken zoeken waar ze in hun geloof gesterkt worden kan je alleen maar aanmoedigen lijkt mij. Misschien is het erge vooral dat de kerken te vast zitten in hun traditie en overtuiging zodat ze niet kunnen meegroeien met de groei die individuele gelovigen wel doormaken.

Wat is het gemis

De bezoekers van de groeikerken zijn mensen die op zoek zijn naar onderhoud of renovatie. Ze willen volgens mij echt geloof ontmoeten vanaf het podium zodat ze zelf ook weer gesterkt buiten op een bierkrat kunnen gaan staan om mensen te bereiken. En dat willen ze dan liefst iedere week, niet alleen soms. Voor veel mensen is het geloof meer dan alleen kennis. Ze willen met hun hart geloven. En dan zijn muziek, taal en theologie snel een struikelblok. Daarover kan je in allerlei andere blogs lezen op mijn website. Maar veel mensen missen in de traditionele kerken het besef dat God echt de koning van de aarde is. Ze missen de aandacht voor de heilige Geest, en dus missen ze een ‘deel van God’ binnen kerkdiensten. En aan deze mensen verwijten dat ze liefdeloos zijn of teveel willen is oneerlijk. Want deze mensen hebben namelijk al heel veel geduld gehad.

Een poos geleden schreef ik een blog over hoe de kerk volgens mij zou moeten zijn. En daaromheen draaien eigenlijk al mijn blogs. En als je dat blog nu gaat lezen, doe het dan eens met de gedachte: stel dat het echt zo is. Niet omdat ik gelijk wil hebben, maar omdat er dan beweging komt in je eigen geest.

Vertel het een ander!